Wennen aan de oppositie.
Deze week werd ik aan het denken gezet door een weblog van een van mijn mede raadsleden. Zo schreef Karin van der Burgt, van D66, een log met als titel “Verantwoordelijke politiek”. In die log stelt zij de rol en het optreden van de Stadspartij ter discussie. Als iemand dat doet dan vind ik het vanzelfsprekend om dat goed te overdenken en te analyseren. Zeker als het gaat om nieuwe raadsleden met weinig ervaring en een "onbevooroordeelde" blik is dat de moeite waard. Want als je lang meeloopt maak je een grote kans om bedrijfsblind te worden.
Zo schrijft Karin onder andere: “Wat ik niet snap is dat een partij als de Stadspartij die nu in de oppositie zit, maar de vorige keer in de coalitie, het huidige college de afgelopen maanden meerdere keren het vuur aan de schenen heeft gelegd bij onderwerpen waarbij overduidelijk is dat het vorige college hier steken heeft laten vallen. Nogmaals, iedereen kan fouten maken, en ik weet dat ieder volgend college ook politiek verantwoordelijk is voor zaken uit het verleden. Het gaat mij dus ook niet om het feit dat het huidige college werd aangesproken, maar over hoe dat gebeurde. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het vooral zo hard en soms bijna onbeschoft werd ingestoken vanuit eigen politiek gewin. En niet om er als Wageningen beter van te worden. De Stadspartij zal dit ongetwijfeld ontkennen. Sterker nog, ik hoop dat ik ongelijk heb en dat de Stadspartij gewoon even tijd nodig had om te wennen aan de terugkeer naar de oppositie. Dat kan de beste overkomen.”
Laat ik voorop stellen dat ik van mening ben dat elke politieke partij kritisch moet zijn en blijven ongeacht of men oppositie of coalitie partij is. Wij worden niet gekozen om het college de hand boven het hoofd te houden maar om kaders te stellen (beleidsvoorstellen en keuzes te maken) en dit te controleren. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van onze stad.
De Stadspartij heeft de scheiding tussen de verschillende rollen altijd bewaakt en wij zijn ook altijd kritisch geweest daar waar het in onze ogen noodzakelijk was. Zo hebben wij er in de vorige periode, als coalitiepartij, voor gekozen om een wethouder naar huis te sturen die weigerde om een raadsbesluit uit te voeren. Dat was geen gemakkelijke beslissing maar wel een rechtvaardige.
Ook deze periode, waarin wij jammer genoeg geen wethouder leveren, blijven wij ons net zoals in de vorige periode vooral bezighouden met realisatie van ons eigen programma en doelstellingen. Dat doen wij door gezamenlijk met de raad de kaders te stellen en door het ontwikkelen en aanbieden van onze eigen voorstellen. Grote of kleine dingen zijn daarbij even belangrijk. Een van mijn steunfractieleden merkte deze week zeer terecht op dat: “Wat in de 1 zijn ogen een klein probleem is kan voor een ander een wereld probleem zijn”.
Ik kan mij geen raadsvergadering of openbaardebat herinneren waarbij wij de nieuwe collegeleden primair hebben aangesproken op of verantwoordelijk hebben gemaakt voor fouten die door de dit jaar vertrokken portefuillehouders zijn gemaakt. Het is natuurlijk mogelijk dat ik iets over het hoofd zie, en de notulen van die vergadering wil ik dan graag zien zodat ik ze onder mijn eigen neus kan wrijven. Van meerdere keren is zeker geen sprake. Overigens zal ik als dat nodig is het zeker niet laten om de wethouders / portefuillehouders aan te spreken als het beleid of keuzes uit het verleden daartoe aanleiding geven. Zo werkt dat in het formele politieke proces. En laten wij vooral niet vergeten dat het daarbij gaat om de functie en niet om de persoon. Verder schrijft Karin dat het punt voor haar eigenlijk niet belangrijk is en ik begrijp dus niet waarom zij het vermeld. Ik zal het haar binnenkort eens vragen.
Het punt dat zij werkelijk ter discussie wil stellen is onze stijl. Waarbij zij meent dat deze hard en soms bijna onbeschoft is. Het is haar beleving en die laat ik dus ook aan haar.Iedereen heeft immers zijn eigen perceptie en kader. Zelfs binnen de fractie van de Stadspartij zijn er gelukkig stijlverschillen, die diversiteit zet aan tot nadenken en debat. Als lokale partij hebben wij echter gekozen voor, en zijn wij afhankelijk van, een toegankelijke en transparante communicatie strategie. Die keuze past naar mijn mening prima bij de nieuwe politiek en de snel veranderende samenleving. De kiezers vragen om duidelijkheid en bezieling.
Wij zijn erg duidelijk in onze wensen en doelstellingen en zoeken nog op exact de zelfde als in het verleden het debat en discussie met de overige partijen in de gemeenteraad. Wij verdedigen keuzes waar wij voor staan en bestrijden keuzes die niet de onze zijn. Waarbij wij ons zeer goed realiseren dat wij politici zijn die met de poten in de modder van onze lokale samenleving willen staan.
De vertegenwoordigers van de Stadspartij zijn niet harder maar ook zeker niet zachter dan in de vorige periodes. In de vorige periode waren wij het wel iets vaker met het college eens dan deze periode. Dat is niet zo gek want men voerde voor een deel ons programma uit. In deze periode worden er politieke keuzes gemaakt en bezuiniginsvoorstellen gedaan waar wij minder blij mee zijn.
Net zoals de vorige periodes laten wij ons niet door het college nog door de andere partijen met een kluitje het riet in sturen. En als dat wel dreigt te gebeuren dan zoeken wij het debat en indien nodig de confrontatie. Maar onbeschoft zijn wij nooit. Dat laten wij graag over aan anderen. En neen, wij hoeven niet te wennen aan de oppositie want onze rol en stijl zijn nog precies het zelfde. Kaders stellen (beleid ontwikkelen) en controleren. Voor de insiders is daarvoor een mooie term en dat is dualisme.
Wat sommigen blijkbaar nog wel eens vergeten is dat wij volksvertegenwoordigers zijn, wij zijn gekozen politici met alle verantwoordelijkheden die daarbij horen. Politiek en het maken van bijbehorende keuzes hebben alles te maken met gevoel, emotie en levensvisie. Wij zijn geen ambtenaren en worden niet benoemd door de kroon. Wij communiceren en debatteren met andere raadsleden maar nog veel belangrijker is dat wij debatteren en communiceren met de bevolking.
