Wageningen.nl
Weblog
Hendrik Jan Berenschot
Kiesraad gebruikt twee methoden om de restzetels toe te wijzen.
Kiesraad gebruikt twee methoden om de restzetels toe te wijzen.
De D66 dankt haar monsterzege van 2 naar 6 zetels bij de verkiezingen deels aan het kiesstelsel. Bij weinig kiezers is bekend dat er verschillende systemen zijn om de zetels te verdelen.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen worden twee stelsels gebruikt. Namelijk het 'systeem van de grootste overschotten' en het 'systeem van de grootste gemiddelden'.
Het eerste wordt gehanteerd in gemeenten met minder dan twintigduizend inwoners (oftewel negentien raadszetels), het tweede in de grotere gemeenten (tot 45 zetels). Het zal niet verbazen dat de twee systemen tot verschillende uitkomsten kunnen leiden. Over het algemeen geldt: het systeem van grootste gemiddelden werkt in het voordeel van de grote partijen.
Stel dat in Wageningen de zetelverdeling bepaald zou worden volgens het systeem van de grootste overschotten. De D66 zou dan een zetel minder binnen hebben gehaald en de ChristenUnie had dan 2 zetels gekregen.
Hoe kan dit? Alle systemen gaan uit van een 'kiesdeler', het minimaal aantal benodigde stemmen voor één zetel. De kiesdeler (645 in Wageningen) wordt berekend door het totale aantal stemmen te delen door het aantal raadszetels (in Wageningen 25).
Wanneer vervolgens de stemmen van een bepaalde partij gedeeld worden door de kiesdeler, dan komt daar een aantal zetels uit. In het geval van de D66 is dat op 5 van de ChristenUnie 1. Op dit moment heeft de D66 dus 5 zetels 243 'reststemmen', de ChristenUnie 1 zetel en 349 reststemmen.
Hierna worden de restzetels verdeeld. In Wageningen hadden we 3 restzetels. In het systeem van de grootste overschotten gaat de eerste restzetel naar de partij met de meeste reststemmen. Voor Wageningen: Groenlinks met 471 reststemmen, tweede ChristenUnie 349 en de derde CDA met 310 reststemmen. Echter niet de ChristenUnie heeft een restzetel ontvangen maar D66. Dit komt door het systeem van de grootste gemiddelden. (bij steden > 20.000 inw.) Hierbij wordt het aantal behaalde stemmen gedeeld door het aantal potentiële zetels. Bij zes zetels komt de D66 op 578 stemmen per zetel achter GroenLinks met 610 en voor het CDA met 533. Inderdaad heeft D66 per zetel gemiddeld meer stemmen dan de ChristenUnie (497).
Je kunt je afvragen welke methode het eerlijkst is. Bij het grootste gemiddelde wordt dus gekeken naar de uiteindelijke bezetting per zetel. Hierbij zijn grote partijen altijd in het voordeel zoals ik hierboven geschetst heb. Maar feit is dan wel dat per zetel meer stemmen vertegenwoordigd zijn. Bij de meeste restzetels hebben kleine partijen zoals de ChristenUnie ook een kans om op basis van de stemmen toch een tweede zetel te halen. Bij het systeem van de meeste reststemmen is wel een feit dat daarbij meer stemmen bij de eigenlijk partij komt waarop gestemd is. Dus daar wordt de kiezer meer recht mee gedaan.
Je kunt je afvragen waarom er gekozen is voor een verschillend systeem. Uit onderzoek kan ik hier geen passend antwoord op vinden, het is historisch zo gegroeid. De enige reden die ik kan bedenken is dat je op deze manier voorkomt dat je in grote steden veel te veel éénmans fracties krijgt in de raad, waardoor het onbestuurbaarder wordt. Een voorbeeld in Amsterdam was het 4 jaar geleden zo dat op basis van reststemmen twee extra partijen aan de raad hadden deelgenomen in plaats daarvan kreeg de PvdA op grond van gemiddelden twee restzetels toebedeeld.
Daar tegenover staat, dat nu in kleine gemeenten voorkomen wordt dat op basis van het gemiddelde een paar partijen het voor het zeggen hebben. Door toe te wijzen op meeste reststemmen krijg je daar dat er meer partijen de kans hebben om deel te nemen aan de raad. Voor beide opties is wat te zeggen.
Zelf ga ik door in mijn eentje ik heb daar zin in en ook mijn (steun) fractie blijft de schouders er onder zetten. Ik ben blij dat we in Nederland wonen in het buitenland kan het vaak nog veel erger en is het democratisch gehalte erg ver te zoeken. We feliciteren de partijen die winst hebben geboekt en wij zullen ons best doen om over 4 jaar op eigen kracht 2 zetels te verdienen zoals de Stadspartij dat nu ook gedaan heeft.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen worden twee stelsels gebruikt. Namelijk het 'systeem van de grootste overschotten' en het 'systeem van de grootste gemiddelden'.
Het eerste wordt gehanteerd in gemeenten met minder dan twintigduizend inwoners (oftewel negentien raadszetels), het tweede in de grotere gemeenten (tot 45 zetels). Het zal niet verbazen dat de twee systemen tot verschillende uitkomsten kunnen leiden. Over het algemeen geldt: het systeem van grootste gemiddelden werkt in het voordeel van de grote partijen.
Stel dat in Wageningen de zetelverdeling bepaald zou worden volgens het systeem van de grootste overschotten. De D66 zou dan een zetel minder binnen hebben gehaald en de ChristenUnie had dan 2 zetels gekregen.
Hoe kan dit? Alle systemen gaan uit van een 'kiesdeler', het minimaal aantal benodigde stemmen voor één zetel. De kiesdeler (645 in Wageningen) wordt berekend door het totale aantal stemmen te delen door het aantal raadszetels (in Wageningen 25).
Wanneer vervolgens de stemmen van een bepaalde partij gedeeld worden door de kiesdeler, dan komt daar een aantal zetels uit. In het geval van de D66 is dat op 5 van de ChristenUnie 1. Op dit moment heeft de D66 dus 5 zetels 243 'reststemmen', de ChristenUnie 1 zetel en 349 reststemmen.
Hierna worden de restzetels verdeeld. In Wageningen hadden we 3 restzetels. In het systeem van de grootste overschotten gaat de eerste restzetel naar de partij met de meeste reststemmen. Voor Wageningen: Groenlinks met 471 reststemmen, tweede ChristenUnie 349 en de derde CDA met 310 reststemmen. Echter niet de ChristenUnie heeft een restzetel ontvangen maar D66. Dit komt door het systeem van de grootste gemiddelden. (bij steden > 20.000 inw.) Hierbij wordt het aantal behaalde stemmen gedeeld door het aantal potentiële zetels. Bij zes zetels komt de D66 op 578 stemmen per zetel achter GroenLinks met 610 en voor het CDA met 533. Inderdaad heeft D66 per zetel gemiddeld meer stemmen dan de ChristenUnie (497).
Je kunt je afvragen welke methode het eerlijkst is. Bij het grootste gemiddelde wordt dus gekeken naar de uiteindelijke bezetting per zetel. Hierbij zijn grote partijen altijd in het voordeel zoals ik hierboven geschetst heb. Maar feit is dan wel dat per zetel meer stemmen vertegenwoordigd zijn. Bij de meeste restzetels hebben kleine partijen zoals de ChristenUnie ook een kans om op basis van de stemmen toch een tweede zetel te halen. Bij het systeem van de meeste reststemmen is wel een feit dat daarbij meer stemmen bij de eigenlijk partij komt waarop gestemd is. Dus daar wordt de kiezer meer recht mee gedaan.
Je kunt je afvragen waarom er gekozen is voor een verschillend systeem. Uit onderzoek kan ik hier geen passend antwoord op vinden, het is historisch zo gegroeid. De enige reden die ik kan bedenken is dat je op deze manier voorkomt dat je in grote steden veel te veel éénmans fracties krijgt in de raad, waardoor het onbestuurbaarder wordt. Een voorbeeld in Amsterdam was het 4 jaar geleden zo dat op basis van reststemmen twee extra partijen aan de raad hadden deelgenomen in plaats daarvan kreeg de PvdA op grond van gemiddelden twee restzetels toebedeeld.
Daar tegenover staat, dat nu in kleine gemeenten voorkomen wordt dat op basis van het gemiddelde een paar partijen het voor het zeggen hebben. Door toe te wijzen op meeste reststemmen krijg je daar dat er meer partijen de kans hebben om deel te nemen aan de raad. Voor beide opties is wat te zeggen.
Zelf ga ik door in mijn eentje ik heb daar zin in en ook mijn (steun) fractie blijft de schouders er onder zetten. Ik ben blij dat we in Nederland wonen in het buitenland kan het vaak nog veel erger en is het democratisch gehalte erg ver te zoeken. We feliciteren de partijen die winst hebben geboekt en wij zullen ons best doen om over 4 jaar op eigen kracht 2 zetels te verdienen zoals de Stadspartij dat nu ook gedaan heeft.
1 reactie op dit artikel
herman | 8 mei 2010 - 18:14 | Link
Een lang betoog, Hendrik Jan, maar de titel van je blog suggereert dat de christenUnie is benadeeld doordat er door de Kiesraad <b>met twee maten is gemeten</b> bij de toewijzing van restzetels. Dat moet steken. Was Wageningen maar een kleine gemeente, dan had je meer gewonnen.
Grote vraag nu: <b><i>kun je je over je teleurstelling heen zetten en nu goed en gedegen oppositie gaan voeren?</b></i>
