MO-beleid, schuldhulpverlening en stoeptegels
Deze week heeft de gemeenteraad het MO-beleidsplan aangenomen. In dit “Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning”, zoals het voluit heet, wordt het Wmo-beleid van Wageningen vastgesteld. Dat gaat over zorg en welzijn: woningaanpassingen, huishoudelijke hulp, aangepaste vervoersvoorzieningen, verslavingszorg, dat soort dingen. Alles bij elkaar dus heel veel.
Voor GroenLinks was dit een gelegenheid om werk te maken van de vragen die we de afgelopen maanden hebben gesteld over lokaal georganiseerde gezondheidszorg en schuldhulpverlening. Wat gezondheidszorg betreft streven we naar zoveel mogelijk lokaal georganiseerd aanbod. Bij de voorbereidingen van het MO-beleidsplan bleek dat deze wens breed wordt gedragen en in het beleidsplan zelf komt dit naar onze mening voldoende uit de verf. De gemeente kan zorgverleners niet opleggen hoe ze zich organiseren maar stimuleert wel lokale initiatieven, is de bedoeling.
Wat de schuldhulpverlening betreft maken we ons zorgen over de onderbrenging ervan bij sociaal.nl, dus bij een aanbieder die niet lokaal werkt. Op mijn overwegingen daarover van afgelopen september kreeg ik reacties waaruit bleek dat het geen vooruitgang is. Het wordt te ver weg, te onpersoonlijk, te zakelijk gevonden. Veel mensen worden liever door een Wageningse schuldhulpverlener bijgestaan. Dat heeft ook voordelen voor het verloop van het traject, want schulden hangen vaak samen met andere persoonlijke problemen waar een hulpverlener op afstand minder mee kan aanvangen dan een hulpverlener in de buurt die complexe problematiek integraal kan benaderen. Het liefst zouden we burgers zelf laten kiezen of ze dicht bij huis of vanaf een afstand geholpen willen worden.
De insteek van het MO-beleidsplan bleek voor deze ambitie een lastige te zijn. Het plan gaat namelijk uit van doelstellingen, heel veel doelstellingen, en minder van de activiteiten die daarbij horen. Met de doelstellingen gaat de gemeente overleggen met de organisaties die dat zouden kunnen realiseren, en díe gaan dan over de activiteiten nadenken. Sschuldhulpverlening is gevat in de doelstelling “sluitende aanpak voor mensen met schulden/financiële problemen en daarmee samenhangende problematiek”.
Wat is een “sluitende aanpak” dan precies? Uit de toelichting blijkt dat dat schuldhulpverlening is die voor alle burgers in Wageningen toegankelijk is. Over de vraag of dat dan lokaal is of op afstand is daarmee niets gezegd. GroenLinks probeerde een motie op te stellen waarin werd opgeroepen om een gedifferentieerd aanbod tot stand te brengen: lokaal voor wie dat wil, op afstand voor wie dat prettiger vindt. Maar dat bleek niet eenvoudig, doordat het beleidsplan doelen en activiteiten van elkaar scheidt. De fracties waarmee ik hierover overlegde zagen dit als uitvoering van de doelstelling “sluitende aanpak voor mensen met schulden”, en een raadslid schijnt zich principieel niet met uitvoering bezig te moeten houden. Dat heeft te maken met de stoeptegel-fobie: raadsleden zijn als de dood om zich met details in te laten. Wanneer een motie of amendement riekt naar uitvoering is hij gedoemd te stranden. Dat geldt ook als de problematiek zich nu juist expliciet in de uitvoering voordoet, en dat is soms wel eens merkwaardig. Een complicatie bij de stoeptegel-fobie is vaak het gesloten-ogensyndroom.
Toch heb je in de gemeenteraad nu eenmaal andere fracties nodig als je een punt wilt binnenhalen. Daarom kozen we in dit geval voor een breder amendement, waardoor maatwerk en autonomie uitgangspunt werden voor álle MO-doelstellingen. Dat is unaniem aangenomen in de raad. Wat dan weer niet zo’n enorme prestatie is als een amendement niet zo heel erg scherp is, zeg ik er direct bij.
Wat de schuldhulpverlening betreft zijn we niet klaar. We blijven opletten en vragen stellen. Het maatwerk-amendement zal daarbij helpen, hoewel het minder concreet was dan we hadden gehoopt. Want als veel klanten zich niet thuis blijven voelen bij een aanbieder op afstand dan wordt aan die voorwaarde niet voldaan.
