Ruimte voor fysieke inrichting
GroenLinks heeft tijdens de raad van 27 september een motie ingediend dat het college verzoekt om de voordelen van een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit te onderzoeken en aan de raad aan te bieden. De motie was meeondertekend door de SP en D66. Met steun van de ChristenUnie is de motie aangenomen.
De nieuwe welstandsnota zagen wij als kans om de eerste stap te zetten richting een brede Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Waarom willen we dat? We willen naar een situatie van minder bureaucratie, meer duidelijkheid voor de burger en een effectievere aanpak door het combineren van functies en plannen integraal te benaderen. Door de succesvolle ervaringen van de gemeenten Apeldoorn en Oss met een integrale Commissie Ruimtelijke Kwaliteit lijkt het een goede manier om dat te bereiken.
Wij vinden het belangrijk om vanuit verschillende disciplines de inrichting van de fysieke wereld te begeleiden, omdat ruimtelijke ordening over cruciale vraagstukken gaat als de leefbaarheid van de stad, het beschermen van cultuurlandschap en het nadenken over zaken als gevolgen van de klimaatverandering voor de inrichting van de openbare ruimte.
De huidige situatie is dat we een welstandscommissie hebben die naar individuele gebouwen kijkt en plannen beoordeelt. Daarnaast hebben we een monumentencommissie. Beide commissies werken niet alleen apart van elkaar, ze kijken beide niet met een integrale blik naar hoe bouwplannen in relatie staan tot hun omgeving.
In de studie ‘Beleving van ruimtelijke kwaliteit’, vorig jaar uitgevoerd in opdracht van het Innovatie Netwerk (opgericht en gefinancierd door LNV) is een van de conclusies dat de ‘fysieke’ wereld gecombineerd moet worden met de ‘niet fysieke wereld’. Met andere woorden: schoonheid en sociaal zijn onlosmakelijk verbonden en moeten beide de basis zijn voor hoe we kijken naar de inrichting van onze openbare ruimte. Want ruimtelijke vraagstukken kunnen een sociaal probleem als basis hebben en daardoor beter opgelost worden met een sociale oplossing in plaats van een fysieke en vice versa.
Om de grote vragen te kunnen beantwoorden moeten we een integrale blik hebben. We moeten groter durven denken. Door de invoering van de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening, waardoor gemeenten alle verantwoordelijkheid hebben gekregen voor de fysieke inrichting, en de provincie haar toetsingsbevoegdheid heeft verloren, is, om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken, het noodzakelijk om een inspirerende visie en benadering te ontwerpen.
Dat kan door in plaats van de huidige separate welstands- en monumentencommissie een nieuwe brede commissie in te stellen bestaande uit leden van verschillende disciplines: zoals een stedenbouwkundige, een architect, een cultuurhistoricus, een kunstenaar, waterdeskundige en een socioloog. Daarnaast zouden als het aan GroenLinks ligt ook burgers deel moeten uitmaken van de commissie. De verschillende invalshoeken zorgen voor effectievere oplossingen.
Het doet me goed dat een meerderheid van de raad gisteren –een raad dat zich kenmerkte door veel gerommel in de marge- heeft laten zien te willen nadenken, open en constructief te zijn en zich niet slechts te bedienen van klein kritisch denken. Voorbij het dakkapelletjesniveau, werken aan een mooie, sociaal veilige, klimaatbestendige stad. Grip op de grote thema’s krijg je alleen door uit te zoomen en niet steeds verder in te zoomen. Een doordachte en samenhangende fysieke inrichting vraagt om ruimte.
De nieuwe welstandsnota zagen wij als kans om de eerste stap te zetten richting een brede Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Waarom willen we dat? We willen naar een situatie van minder bureaucratie, meer duidelijkheid voor de burger en een effectievere aanpak door het combineren van functies en plannen integraal te benaderen. Door de succesvolle ervaringen van de gemeenten Apeldoorn en Oss met een integrale Commissie Ruimtelijke Kwaliteit lijkt het een goede manier om dat te bereiken.
Wij vinden het belangrijk om vanuit verschillende disciplines de inrichting van de fysieke wereld te begeleiden, omdat ruimtelijke ordening over cruciale vraagstukken gaat als de leefbaarheid van de stad, het beschermen van cultuurlandschap en het nadenken over zaken als gevolgen van de klimaatverandering voor de inrichting van de openbare ruimte.
De huidige situatie is dat we een welstandscommissie hebben die naar individuele gebouwen kijkt en plannen beoordeelt. Daarnaast hebben we een monumentencommissie. Beide commissies werken niet alleen apart van elkaar, ze kijken beide niet met een integrale blik naar hoe bouwplannen in relatie staan tot hun omgeving.
In de studie ‘Beleving van ruimtelijke kwaliteit’, vorig jaar uitgevoerd in opdracht van het Innovatie Netwerk (opgericht en gefinancierd door LNV) is een van de conclusies dat de ‘fysieke’ wereld gecombineerd moet worden met de ‘niet fysieke wereld’. Met andere woorden: schoonheid en sociaal zijn onlosmakelijk verbonden en moeten beide de basis zijn voor hoe we kijken naar de inrichting van onze openbare ruimte. Want ruimtelijke vraagstukken kunnen een sociaal probleem als basis hebben en daardoor beter opgelost worden met een sociale oplossing in plaats van een fysieke en vice versa.
Om de grote vragen te kunnen beantwoorden moeten we een integrale blik hebben. We moeten groter durven denken. Door de invoering van de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening, waardoor gemeenten alle verantwoordelijkheid hebben gekregen voor de fysieke inrichting, en de provincie haar toetsingsbevoegdheid heeft verloren, is, om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken, het noodzakelijk om een inspirerende visie en benadering te ontwerpen.
Dat kan door in plaats van de huidige separate welstands- en monumentencommissie een nieuwe brede commissie in te stellen bestaande uit leden van verschillende disciplines: zoals een stedenbouwkundige, een architect, een cultuurhistoricus, een kunstenaar, waterdeskundige en een socioloog. Daarnaast zouden als het aan GroenLinks ligt ook burgers deel moeten uitmaken van de commissie. De verschillende invalshoeken zorgen voor effectievere oplossingen.
Het doet me goed dat een meerderheid van de raad gisteren –een raad dat zich kenmerkte door veel gerommel in de marge- heeft laten zien te willen nadenken, open en constructief te zijn en zich niet slechts te bedienen van klein kritisch denken. Voorbij het dakkapelletjesniveau, werken aan een mooie, sociaal veilige, klimaatbestendige stad. Grip op de grote thema’s krijg je alleen door uit te zoomen en niet steeds verder in te zoomen. Een doordachte en samenhangende fysieke inrichting vraagt om ruimte.
