Voorbij het inburgeringsdrama

VVD Wageningen heeft problemen met een beloning aan inburgeraars die zich flink inzetten voor hun inburgering. Maar wie zich verdiept in deze kwestie weet dat het de enige manier is om überhaupt mensen aan een inburgering te krijgen. Voorbij luchtkastelen, de werkelijkheid uiteengezet.

Er is een inburgeringsdrama gaande. Niet door onwelwillendheid van mensen om in te burgeren en deel uit te maken van onze samenleving, maar omdat de wet die voor meer en betere inburgering moet zorgen eerder een ´ontburgeringswet´ blijkt. De streefcijfers van het aantal mensen dat zou moeten inburgeren worden bij lange na niet gehaald, gemeenten verzuipen in bureaucratie en ROC’s lijden door de invoering van de Wet Inburgering (WI) flink verlies. Er moet snel iets gebeuren voordat we een grote groepen mensen voorgoed vervreemdt hebben.

Inburgeren is belangrijk. Daar zijn alle politieke partijen het eigenlijk over eens. Mensen die de taal beheersen, en de weg kennen in onze maatschappij, zijn beter in staat te participeren en zichzelf te ontwikkelen. En dat is natuurlijk een nobel streven. Maar na een paar jaar WI kunnen we niet om de conclusie heen dat het niet leidt tot het gewenste resultaat. Het richt eerder schade aan.

Al voor de formele geboorte van de wet werd het al pijnlijk in het hart getroffen. ‘Architect’ van de wet Rita Verdonk wilde onderscheid maken tussen genaturaliseerde Nederlanders en ‘gewone’ Nederlanders. De eerste categorie moest verplicht worden in te burgeren. De Raad van State stak daar een stokje voor: onderscheid maken tussen Nederlanders is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Hoe goed is Verdonk zelf ingeburgerd vraag je je dan af. Want om het karakter van Nederland te kunnen behouden moeten we onze grondbeginselen wel respecteren.

De Wet is helemaal in lijn met de trend van de afgelopen jaren om in het integratiedebat spierballentaal te gebruiken. Mooi voor de bühne, maar meer binding en wederzijds respect levert zowel het toon van het debat, als deze wet, zeker niet op. In tegenstelling, er wordt meer afstand gecreëerd tussen groepen in onze samenleving.

Typerend aan de Wet Inburgering is dat het zich kenmerkt door dwang, dreiging en wantrouwen richting nieuwe Nederlanders. Hoge boetes en zelfs het onthouden van verblijfsvergunningen worden ingezet als strafmiddelen. Die dreiging hangt gedurende het inburgeringstraject als een donderwolk boven de hoofden van de deelnemers. Een traject dat behalve de onvriendelijke benadering ook de inburgeraar geld kost. Dit kan mensen een flinke schuld opleveren. En mensen die financieel krap zitten of minder vermogen hebben om het examen te halen worden ook nog eens onevenredig hard getroffen.

Een ander curieus gegeven is dat het afwijkt van de regels die voor de rest van het onderwijs geldt. In onderwijsland kennen we nergens een prestatieplicht, wel een leerplicht. Ook voor inburgering zou een inspanningsplicht moeten gelden, en niet zoals nu het geval is: een prestatieplicht. Inburgeren is het doel, als een inburgeringsexamen een doel op zich wordt dan slaan we de plank ernstig mis.

De problemen die gemeenten hebben met de uitvoering van de inburgering liegen er niet om. De bureaucratie is ongekend, in de vijver van de WI wemelt het vanaf het begin van de paarse krokodillen. De inburgering is overgedragen aan de markt, met als gevolg dat er veel bureautjes als paddestoelen uit de grond schieten die niet in alle gevallen werken met gekwalificeerd personeel. Veelzeggend detail is dat op basis van een toets wordt bepaald welk traject iemand gaat volgen zonder dat de deskundige (lees: docenten) de kans heeft gekregen om zelf, in gesprek met de pupil, een passend traject te kiezen. Zou het niet veel logischer zijn om docenten te laten bepalen wat het beste bij iemand past? Het lijkt me wel.

Aan de vele uitvoeringsproblemen wordt al langer gesleuteld. Een mogelijke derde wetswijziging is in aantocht. Maar de vraag blijft of daarmee de problemen opgelost worden. Is er echt sprake van start- en uitvoeringsproblemen of deugd er iets niet aan deze wet? Gaan de voorgenomen ‘reparaties’ leiden tot veel meer inburgeraars? Het antwoord is naar alle waarschijnlijkheid nee. Omdat er iets fundamenteels niet klopt in de aanpak. Het is een curieuze zaak dat de oorsprong van de problemen niet grondig onder de loep wordt genomen.

Gelukkig kent ons land academici die wel bereid zijn serieus te reflecteren over de origine van de problemen. Ellende die ze overigens ook hebben voorspelt. Nadat de Tweede Kamer de wet bijna unaniem had aangenomen, Fatma Koser Kaya was zo dapper om als enige in het parlement tegen te stemmen, was het natuurlijk aan de senaat om in te stemmen met de wet. Achttien hoogleraren hebben de Eerste Kamer toen in een gezamenlijke brief verzocht om tegen de wet te stemmen.

In een brief richten twee van de achttien wetenschappers zich wederom tot de volksvertegenwoordiging, dit keer het parlement. Op een heldere en ijzersterke manier leggen professoren Entzinger en Groenendijk uit dat de WI geconstrueerd is op een drietal onjuiste aannames. En die verkeerde gedachtes verklaren de omvang van de bestaande problemen. De professoren doen een appél aan de politici om eerst een goede analyse te doen voordat er aan nieuwe veranderingen begonnen wordt.

Het eerste onjuiste uitgangspunt is volgens Entzinger en Groenendijk dat de wet uitgaat van de gedachte dat mensen de Nederlandse taal niet zouden willen leren als ze daar niet toe gedwongen worden. Die assumptie verklaart de vele sancties en de daaruit vloeiende ingewikkelde regelgeving. Dat vanzelfsprekend uitmondt in een stroom van uitvoeringsproblemen.

Feiten en werkelijke behoeftes zijn niet het uitgangspunt maar een gekunsteld idee dat nieuwe Nederlanders gedwongen moeten worden in te burgeren omdat ze dat niet willen. Men gaat volledig aan de vraag voorbij of er sprake is van het juiste aanbod en of de manier van aanbieden het effect teweegbrengt die je wilt. Dat veel mensen afhakken of vriendelijk bedanken is een verschijnsel, interessant is om de reden daarvoor nader te bestuderen. Soms is het ook van praktische aard, geen kinderopvang of geen cursusaanbod in de avonduren voor mensen die overdag werken kan het onmogelijk maken om aan een cursus deel te nemen.

De tweede onjuiste aanname die Entzinger en Groenendijk blootleggen borduurt voort op de eerste en verklaart waarom deze aanpak nooit zou kunnen werken. Er werd vanuit gegaan dat de meeste mensen wel verplicht zouden kunnen worden om in te burgeren. Niets is minder waar. Op basis van de cijfers van 2007 berekenen Entzinger en Groenendijk dat alleen 14.000 van de 117.000 immigranten in dat jaar verplicht kunnen worden in te burgeren. Dat is twaalf procent. Het streefcijfer van het Rijk is 60.000 per jaar. De brug tussen de twee getallen kan alleen gebouwd worden door mensen te verleiden mee te doen. Dreigende taal en heftige sancties blijken in deze context totaal onbruikbaar. Een onlogische als niet zelfs als onzinnige te kenmerken aanpak.

De derde verkeerde aanname is dat het aan inburgeraars zelf zou liggen als ze er niet in slagen het examen te halen. Terwijl er in veel gevallen, zoals al eerder aangekaart, het aan het juiste aanbod of voorwaarden ontbreekt. Daarnaast is het belangrijk te constateren dat de exameneisen heel hoog zijn. Veel publiciteit kreeg de Nationale Inburgeringstest op televisie waaruit bleek dat veel BN´ers er niet voor slaagden. Zo ook schrijfster en psychologe Susan Smit en actrice en politicologe Victoria Koblenko. Je vraagt je af: zijn deze dames ook onvoldoende ingeburgerd?

Er is maar een uitweg: de strategie en aanpak moet radicaal anders. We moeten mensen uitnodigen, inspireren, om een inburgeringstraject te volgen. Nu wordt het als plicht ‘aangeboden’ terwijl het overgrote gedeelte van migranten niet tot inburgeren verplicht kan worden. Met deze toon en strafsysteem slaagt het verleiden in ieder geval niet.

De huidige situatie kent alleen maar verliezers. De gemeenten zitten met de handen in het haar, de professionals gaan gebukt onder de opdracht en druk van marktconcurrentie en de inburgeraars voelen zich geïntimideerd. De WI moet plaatsmaken voor een aanpak dat zich kenmerkt door het talent van een ieder zo veel mogelijk te willen ontwikkelen. Met een beloningssystematiek als basis in plaats van een strafsysteem.

Het onderwerp inburgeren is politiek actueel. De million dollar question luidt: Wordt men in Den Haag eens eindelijk wakker of bouwt men voort op een foute constructie? Om het tij te keren moet men stoppen met pleisters plakken maar moet de wet drastisch op de schop. Beter een goede constructie dat wat investering vergt, dan een slechte wat continue onderhoud vraagt en te weinig winst oplevert. Het is nooit te laat om voor echte duurzame inburgering te kiezen.

Tot zover het grotere plaatje. Echte verandering moet uit Den Haag komen. Maar lokaal kunnen we ook wat betekenen in het vriendelijker en meer uitnodigend maken van de inburgering. Daarom heeft GroenLinks al bij de invoering van de WI wethouder Walma verzocht om een beloning uit te keren aan inburgeraars bij voldoende inzet ter hoogte van de eigen bijdrage. Toentertijd piekerde Walma daar niet over. Dat de wethouder dat nu zelf voorstelt, daar kan ik alleen maar gelukkig mee zijn. Beter laat dan nooit. En laat de rest ook maar wakker worden. Het wordt tijd.







Reageer op dit artikel